Nieuws
Onderzoek bodem (de)compactie op Kempische velden, doe jij mee?
Datum
Thema
Gebied
Fleur van Lieshout
0477 33 44 62
fleur.van.lieshout
@boerennatuur.be
Veel landbouwpercelen in de Kempen vertonen tekenen van compactie of verdichting. Bodemcompactie kan de oorzaak zijn van afgeremde groei en lagere opbrengst, plasdras in het veld, afspoeling en erosie. Een ander nadelig gevolg is de impact op de aanvulling van de grondwatervoorraad. Er kan minder hemelwater infiltreren, waardoor het grondwaterpeil onvoldoende kan stijgen in natte periodes en de beschikbaarheid van grondwater in droge periodes in het gedrang komt. Decompactie van een volledig veld is kostelijk, niet altijd wenselijk, of niet overal mogelijk. Hoe kunnen we deze problematiek aanpakken?
Lander Neuskens, Universiteit Antwerpen & Fleur van Lieshout, Boerennatuur Vlaanderen

Bodemverdichting in Kempische velden
Zandgronden, typerend voor de Kempen, kennen een hoge graad van porositeit. Er wordt daarom snel verondersteld dat zulke gronden heel wat water kunnen infiltreren en bewaren, zeker in vergelijking met zware kleigronden bv. in de Westhoek. Veel hangt echter af van het landgebruik. Zo zien we dat ook de infiltratiecapaciteit van zandgronden sterk verhinderd kan worden door bodemcompactie. Landbouwgronden die frequent bewerkt en betreden worden, vertonen vaak symptomen van compactie in de diepere ondergrond (ca. 35 cm diep of dieper). Niet alleen de frequentie van betreding, ook het gewicht van de landbouwtuigen, het type banden en de weersomstandigheden spelen een grote rol in het veroorzaken van bodemcompactie. In regenachtige periodes zullen ook zandgronden verzadigd raken met water, waardoor ze gevoeliger zijn voor samendrukking. Waar kleigrond bij droge periodes kunnen barsten en in zekere mate het water terug kan infiltreren, is de verdichting van zandgrond eerder permanent.
Gevolgen van bodemverdichting
De verdichte zandige ondergrond belemmert diepere infiltratie, wat accumulatie van water in de bovenliggende losse zandlaag veroorzaakt. Het hemelwater is in dit geval dus reeds geïnfiltreerd, maar slechts tot beperkte diepte. Doordat heel wat water in deze ondiepere zones blijft liggen, zal er veel meer water uit deze laag kunnen verdampen, vooral tijdens de lente en de zomer. Bij extreme neerslag kan de losse laag gemakkelijker verzadigd raken, en zijn er eveneens meer verliezen door afstroming. In extreme gevallen gaat die afstroming gepaard met erosie: vruchtbare bodempartikels schuiven van het veld af en belanden in grachten en waterlopen.
Neerslag-roulette
Neerslagpatronen worden steeds extremer, soms met te grote of te kleine volumes hemelwater als gevolg, maar soms ook wispelturiger in de timing van de neerslag. Zo hebben we recent jaren gehad met extreme droogte, maar ook met extreme neerslaghoeveelheden. In sommige gevallen valt het water niet gespreid, doorheen het jaar, maar vallen er grote volumes op korte tijd. Het probleem zit hem niet alleen in het feit dat er te weinig of te veel water is, maar ook in het feit dat men niet kan voorspellen welke van de twee situaties het zal worden; deze neerslagroulette maakt het moeilijk om landgebruik en landschapsinrichting af te stemmen, omdat we tegelijk weerbaar moeten zijn voor droogte én wateroverlast. De ingrepen die voor beiden nodig zijn, staan soms lijnrecht tegenover elkaar.
Maatregelen
Om verdichting te vermijden is het van belang om niet op natte grond te rijden. Maar dankzij de “neerslag-roulette”, is het niet altijd evident om het geschikte moment te vinden om het veld te betreden. Een gulden middenweg kan zijn om het veld op strategische locaties te ‘perforeren’. We zien immers dat hemelwater op gecompacteerde velden zich verzamelt op de laagste punten, de microdepressies. Meestal werden deze ‘natte hoeken’ historisch al aangepakt door zelf grachten en sleuven te trekken, maar blijven ze weinig opleveren in verhouding met drogere delen. Wat als we die microdepressies kunnen opsporen en enkel daar zo goed mogelijk inzetten op decompactie en infiltratie? Een klein deel van het veld wordt dan afgebakend en ingericht als infiltratiezone. Het water kan dan naar deze infiltratiezone afstromen en infiltreren terwijl de rest van het veld gewoon verder bewerkt kan worden; de stop wordt als het ware uit het bad getrokken.
Wetenschappelijk onderzoek
Om na te gaan hoe efficiënt zo’n ingreep zou zijn in het veld, werd eerst een onderzoek opgezet om na te gaan via welke wegen en met welke volumes hemelwater zich verplaatst in compacte en gedecompacteerde situaties. In Lille werd een proefopstelling gebouwd met 10 proefvlakken, waarvan de helft werd gecompacteerd en de helft werd losgewoeld. Verschillende gewassen werden aangeplant (maïs, gras-klaver, wilg), en er werden in ieder proefvlak vochtsensoren geplaatst om het water in de bodem te meten. Tenslotte werd een weerstation geplaatst om nauwgezet de neerslagpatronen op te volgen en de impact ervan op de bodemwaterdynamieken te observeren. Met het rekenmodel dat uit deze proefopstelling komt, kunnen we met meer precisie uitrekenen hoe veel water kan infiltreren, hoe veel er verloren gaat via verdamping en afstroming, en wat het potentieel is voor toepassingen in het veld.
Op 11 september 2024 werden de resultaten getoond op een interessante demodag georganiseerd met partners Universiteit Antwerpen, Boerennatuur Vlaanderen en Provincie Antwerpen. Zowel lokale landbouwers als beleidsmakers en middenveldorganisaties kregen een blik achter de schermen en kregen de eerste bevindingen te horen. Ook enkele leerlingen landbouwtechnieken van GO! Atheneum Heist kwamen een kijkje nemen.

Veldstudie
Een rekenmodel opbouwen uit een proefopstelling is een belangrijke eerste stap, maar om een realistisch beeld te krijgen van de haalbaarheid in een veldsituatie, moet uiteraard in een volgende stap een veldproef worden opgesteld. Door de grondwaterfluxen in een gecompacteerde situatie eerst een tijdje te monitoren, om vervolgens een infiltratiezone aan te leggen en te kijken hoe de situatie verandert, kunnen we zeer veel leren over hoe sterk zo’n maatregel kan werken. Een ideale locatie ziet er als volgt uit: een gecompacteerd veld met een duidelijke microdepressie of ‘natte hoek’, waar we liefst gedurende meerdere jaren enkele grondwaterpeilbuizen (in die natte hoek) mogen plaatsen en opvolgen. Er zijn veel mogelijkheden rond de oppervlakte, invulling, beheer en compensatie van de infiltratiezone, maar het is van belang dat de grondwatertoestand voor meerdere jaren opgevolgd kunnen worden om niets aan het toeval van de neerslag-roulette over te laten.
Meer info? Contacteer lander.neuskens@uantwerpen.be.





Met steun van






Met Water+Land+Schap pakken we wateroverlast en droogte aan in kader van Blue Deal. Dit initiatief kadert binnen een programma van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) dat deel uitmaakt van de Blue Deal. De Blue Deal is een programma dat de Vlaamse Regering lanceerde in de strijd tegen waterschaarste en droogte. Het programma bevat meer dan 70 acties en 400 projecten. Met de Blue Deal slaat Vlaanderen de weg in van minder verharding, meer vernatting en maximaal circulair watergebruik. Meer informatie op www.vlm.be.
Dit project is medegefinancierd door de Vlaamse overheid.
Met steun van











