Nieuws
Biodiverse perceelsranden
Datum
Thema
Gebied
Fien Verbruggen
0474 94 17 90
fientje.verbruggen
@boerennatuur.be
Er bestaan verschillende manieren om je perceelsrand een biodiverse invulling te geven. Ze maken niet enkel het landbouwlandschap nog attractiever, door de juiste soortenkeuze en het juiste beheer, kan je een geschikte habitat creëren voor bestuivers, biologische bestrijders, akkervogels, kleine zoogdieren, etc. Met het najaar in zicht, geven we je wat inspiratie en praktische tips!
Fientje Verbruggen & Ine Deroo, Boerennatuur Vlaanderen
Haag
Een haag is een compact houtig klein landschapselement dat weinig ruimte vraagt. Een strook van ongeveer één meter breed is al voldoende. Ze vormt een natuurlijke barrière tegen inkijk, houdt zwerfvuil tegen en voorkomt dat wandelaars of loslopende honden het perceel betreden. Net zoals een heg of houtkant, kan een haag de wind breken waardoor het gewas op het perceel wat meer beschermd wordt.
Het onderhoud vraagt wel wat toewijding: om de haag mooi en functioneel te houden, is jaarlijks snoeien aangeraden. Let wel op dat je bij het snoeien de onderkant van de haag iets breder houdt dan de bovenkant. Zo krijgen de onderste blaadjes steeds voldoende zonlicht en voorkom je dat de haag onderaan kaal wordt. Door jaarlijks te snoeien zorg je ervoor dat de haag dicht en ondoordringbaar blijft, maar daardoor is er ook minder ruimte voor bloemen en bessen. Wil je de biodiversiteitswaarde van je haag vergroten? Kies dan voor een gemengde haag met verschillende inheemse en streekeigen plantensoorten. Een gemengde haag trekt meer verschillende insectensoorten aan, waardoor het menu van vogels, kleine zoogdieren en amfibieën meer uitgebreid wordt. Naast de typische haagsoorten zoals haagbeuk, meidoorn en beuk, zijn veel boomsoorten geschikt om in een haag te houden zoals bijvoorbeeld veldesdoorn, zomereik, sporkehout of sleedoorn.
Heg
Een heg is wat robuuster dan een haag. Ze neemt meer ruimte in (2-3m breed), maar is makkelijker in onderhoud. Eens om de 2-3 jaar snoeien volstaat. Je kunt er ook voor kiezen om de heg wat smaller te houden, maar de bovenkant wat minder te snoeien zodat de planten bovenaan vrijer kunnen groenen. Zo ontstaat een rijkere structuur die meer ruimte geeft voor bloemen, bessen en schuilplaatsen voor fauna.
Traditioneel denken we bij een heg aan een meidoorn- en sleedoornheg, maar net zoals bij een haag zijn er heel wat andere geschikte soorten. Ook kleinere struiksoorten zoals lijsterbes of hondsroos kunnen een mooie en ecologische waardevolle aanvulling vormen. Door verschillende soorten te combineren, verleng je de bloei- en bessentijd, wat dan weer langer voedsel oplevert voor insecten, vogels en kleine zoogdieren.
Bij de aanplant van een heg, zet je de jonge planten verder uit elkaar dan bij een haag. Ongeveer 1 meter tussen elke plant is voldoende. Meestal bestaat een heg ook uit 1 rij, waardoor ze dus een vrij beperkte ruimte inneemt.
Houtkant
Een houtkant is de meest ruime en robuuste vorm van perceelsrandbegroeiing. In tegenstelling tot een haag of een heg krijgt een houtkant de kans om breed en vol uit te groeien, vaak met meer dan drie rijen struiken en bomen naast elkaar. Daardoor neemt ze meer ruimte in beslag, maar levert ze ook een krachtige groene buffer op. Dankzij haar breedte en dichtheid houdt een houtkant de wind beter tegen en biedt ze beschutting aan grotere zoogdieren zoals reeën.
Het onderhoud gebeurt in een ander ritme dan bij hagen en heggen. Eens om de 8 tot 15 jaar wordt de houtkant in hakhout gezet. De struiken en bomen worden tot op enkele tientallen centimeters boven de grond afgezaagd waarna ze opnieuw uitlopen. Zo blijft een dichte structuur behouden en wordt verjonging gestimuleerd. Tussendoor kunnen de zijkanten van de houtkant gesnoeid worden om te voorkomen dat de houtkant te ver in het perceel groeit, maar het is niet de bedoeling om de houtkant strak te houden zoals een haag. De planten moeten ruimte krijgen om breed en natuurlijk te groeien, waardoor ook meer bloemen en bessen worden aangemaakt. Belangrijk is hier dus om voor voldoende diverse plantensoorten te kiezen om tot lang in het jaar voedsel te voorzien.
Wist je dat hazelaar al in januari in bloei komt en dat sporkehout tot in oktober kan bloeien? Door deze soorten mee in je haag, heg of houtkant aan te planten, kan je dus een brede bloeiboog aanbieden aan bestuivende insecten.
Het jong plantgoed wordt aangeplant met een afstand van 1 – 1.5m tussen elkaar en minstens in 3 rijen. Je kiest best voor een mix tussen struiksoorten zoals sporkehout, gelderse rood en Europese vogelkers en boomsoorten zoals veldesdoorn, haagbeuk en zomereik om zowel een lagere als hogere begroeiing te voorzien. Zo zorg je voor een ideale houtkant die voldoende beschutting kan geven.
Door de houtkant in hakhout te zetten, komt er cyclisch een hele hoeveelheid hout vrij. Dit hout kan je als landbouwer gebruiken als bodemverbeteraar door het rechtstreeks in de bodem in te werken of te verwerken samen met bijvoorbeeld maaisel tot boerderijcompost. Ook kunnen de houtsnippers gebruikt worden voor een biomassaketel.
Bloemenrand
Bloemenranden trekken – mits een goede soortenkeuze – voor de landbouw nuttige insecten aan, waaronder bestuivers en biologische bestrijders. Je bereikt de meest effectieve bloemenrand, wanneer je met inheemse soorten en autochtoon zaaigoed werkt. Soorten zoals korenbloem, wilde peen, venkel, heggewikke en muskuskaasjeskruid zijn ideaal voor zowel bestuivende insecten als biologische plaagbestrijders. Daarnaast kunnen bloemenranden interessant zijn om een perceel recht te trekken en zo de werkgangen efficiënter te maken, of om aan te leggen op een minder productieve rand van een perceel. We raden aan om je bloemenrand reeds in het najaar (september) te zaaien. Zo hebben de planten in het voorjaar een voorsprong op onkruiden en zullen ze minder last ondervinden bij een droogte. Zaai het bloemmengsel oppervlakkig (< 1cm) op een fijn zaaibed aan een dichtheid van 15kg/ha. Maaien kan je in het najaar doen na de laatste bloei.
Wil je steun aanvragen of heb je nood aan advies?
Wil je graag advies bij de keuze van soorten, het bepalen van de geschikte locatie op je bedrijf, en het vereiste beheer? Via de kennisportefeuille van het Agentschap Landbouw & Zeevisserij (ALZ) kan je als actieve landbouwers 70% subsidie krijgen op de kostprijs van één van onze adviesonderwerpen.
Voor de aankoop van plantgoed voor hagen, heggen en houtkanten kan je VLIF niet-productieve investeringssteun aanvragen. Het beheer ervan kan je dan weer laten vergoeden via een beheerovereenkomst bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Voor bloemenranden kan je zowel een beheerovereenkomst (VLM) als een ecoregeling (ALZ) aanvragen.










