Nieuws
De veldleeuwerik is vogel van het jaar!
Datum
Thema
Gebied
Korneel Verslyppe
0470 36 31 01
korneel.verslyppe
@boerennatuur.be
Misschien heb je het al gelezen in de krant, gezien tijdens het journaal of gespot op sociale media: de veldleeuwerik is uitgeroepen tot Vogel van het Jaar. Wat ons betreft helemaal terecht! Het is een typische akkervogelsoort van onze open landbouwlandschappen die door landbouwers vaak gespot wordt tijdens hun veldwerkzaamheden. De veldleeuwerik heeft het de laatste jaren echter steeds moeilijker om te overleven en kan dus wel wat aandacht gebruiken.
Zo herken je de veldleeuwerik
De veldleeuwerik is ongeveer een 16 tal cm groot en is te herkennen aan zijn grijs-lichtbruin gekleurd en gestreept verenkleed, de stompe kuif die kan opgericht worden, een stevige puntige snavel, bleke wenkbrauwstreep en halsband en lichtgekleurde buik. Qua kleur en uitzicht een dus niet echt opvallend vogeltje en daardoor vaak ook moeilijker te spotten op onze akkers en weiden.
Het is vooral de kenmerkende uitbundig klinkende zang die de veldleeuwerik doet opvallen. Op mooie zonnige dagen stijgen de veldleeuwerik mannetjes al zingend naar grote hoogte waar ze een tijdje blijven hangen. Dit kan tot wel 100 m hoog zijn. Daarna vliegen de mannetjes al zingend omlaag om in de buurt van het vrouwtje te landen. Het is tijdens deze spectaculaire zangvluchten dat de veldleeuwerik het gemakkelijkst te spotten is. Eenmaal je het mannetje hoog in de lucht hoort zingen is het zoeken in de blauwe lucht om hem te kunnen spotten.
Voorkeur voor open landbouwlandschap
Typisch voor de veldleeuwerik is zijn voorkeur voor open landbouwlandschappen. Opgaande elementen zoals bomenrijen, bosranden, bebouwing en houtkanten vermijd deze soort. Ze broeden op de grond in open percelen met een lage, open vegetatie, meestal niet hoger dan kniehoogte. Landbouwgewassen zoals zomer– en wintergranen, grasland, luzerne, aardappelen en suikerbieten zijn gewassen waar ze graag in broeden. Ook braakliggende percelen zijn in trek.
Broeden doen veldleeuweriken 2 tot 3 maal per jaar vanaf eind maart met telkens drie tot zes lichtgrijze, lichtgroene, lichtbruine of lichtgele eieren. Doorheen het broedseizoen kan hun voorkeur voor een gewas veranderen. Wintergranen bijvoorbeeld zijn vanaf eind mei vaak al te hoog en te dicht om in te kunnen broeden. De ecoregeling ‘faunavriendelijke hoofdteelten – zomergraan’, waarbij de teelt van zomergranen wordt gestimuleerd, speelt hier op in.
In kruidenrijke akkerranden, zoals beheerovereenkomsten, broeden ze minder, maar deze zijn vooral van belang voor het vinden van voedsel voor hun jongen. Ze voeden zichzelf en hun jongen met insecten, rupsen, larven, regenwormen en kleine kevers en in de winter zoeken ze naar granen, onkruidzaden of bladgroen van onkruiden.
Overwinteren doen ze in open akkerland. In het najaar kunnen ze ook naar Zuidwest Europa trekken om te overwinteren.
Bescherm je mee de veldleeuwerik?
Schattingen geven aan dat sinds de jaren 60 de populatie veldleeuweriken in Vlaanderen met 95% is afgenomen. Deze negatieve trend zet zich ook de laatste jaren nog verder. Als we de veldleeuwerik willen behouden, zijn dus inspanningen nodig. En landbouwers zijn daarbij een belangrijke bondgenoot. Op vandaag zijn er gelukkig al heel wat landbouwers die al inspanningen leveren voor de veldleeuwerik en akkervogels in het algemeen. Hierover verschenen recent in de pers twee inspirerende artikels:
- Landbouwer Jos Depotter, winnaar van onze eerste ‘Koperen Kievit’-award, deelt zijn verhaal over zijn ervaringen met akkervogels
- Landbouwer Marc Bossuyt, bestuurder bij Boerennatuur Vlaanderen, vertelt over zijn jarenlange inspanningen voor boerenlandvogels
Advies voor landbouwers
Landbouwers die zich inzetten voor akkervogels, willen we als organisatie zo goed mogelijk ondersteunen en begeleiden. We delen kennis via vormingen en infofiches, en bieden daarnaast ook advies op maat over akkervogelmaatregelen via de kennisportefeuille van het Agentschap Landbouw & Zeevisserij (ALZ). Samen met landbouwers werken we bovendien aan de ontwikkeling van innovatieve en effectieve maatregelen. Zo experimenteren we al enkele jaren met een veelbelovende aanpak: de vogelstoppel. Daarnaast zetten we in op een gebiedsgerichte aanpak, waarbij landbouwers samenwerken op landschapsniveau. De kennis en ervaringen die we op het terrein verzamelen, vertalen we tot slot ook naar concrete aanbevelingen voor beleidsmakers.
Met steun van













