Nieuws
Faunavriendelijk maaien: winst voor boer én biodiversiteit
Datum
Thema
Gebied
Korneel Verslyppe
0470 36 31 01
korneel.verslyppe
@boerennatuur.be
Faunavriendelijk maaien betekent dat je als landbouwer tijdens het maaiseizoen rekening houdt met de aanwezige fauna – zoals jonge reeën, hazen en weidevogels – in het grasland, zodat ze niet gewond raken of gedood worden. Zo bescherm je de biodiversiteit én vermijd je ook botulisme in je kuil door kadavers. Maar wat is dit nu concreet? We geven je in dit artikel een kort overzicht en alvast enkele praktische tips & tricks.
Korneel Verslyppe, Boerennatuur Vlaanderen
Hoe maaien?
Maai van binnen naar buiten
Dit principe houdt in dat je van het midden van het perceel naar buiten toe maait, waardoor je dieren de kans geeft om te ontsnappen naar aangrenzende zones. Deze methode werkt vooral goed bij hazen en reeën.
Vaak aangehaalde redenen om het niet te doen is dat het meer tijd zou kosten en dat het opbrengstverlies veroorzaakt. Uit ons eigen onderzoek samen met Hogeschool Gent bij enkele landbouwers in Oost-Vlaanderen blijkt dat er bij grote percelen groter dan 4 ha juist sneller gemaaid wordt van binnen naar buiten. Voor percelen groter dan 1 hectare werd geen duidelijk verschil vastgesteld.
Hoe doe je dat precies?
- Rij al maaiend naar het centrum van het perceel.
- Maai verder tot de afstand tussen de tractor en het einde van het perceel even groot is als de afstand tot de zijkant van het perceel (Figuur 1)
- Draai de tractor en maai terug.
- Maai vervolgens verder van binnen naar buiten.
Het inschatten van het centrum van het perceel en het juiste draaipunt is niet eenvoudig, maar een aantal herhalingen of een tractor met GPS-sturing bieden oplossingen. Onderstaand schema kan je toepassen met een zijmaaier en gaat zelfs makkelijker met een bredere maaicombinatie.
Maai volgens een U-vormig patroon
Kleinere en hoekige percelen zijn moeilijker te maaien van binnen naar buiten. Er bestaan echter ook nog verschillende alternatieve faunavriendelijke maaimethodes die hetzelfde principe hanteren, zoals het U-vormig maaischema (Figuur 2), waardoor je ook fauna de kans geeft om weg te vluchten.
Tips & tricks
Gebruik een wildredder
Heel wat landbouwers in Vlaanderen maaien al met een wildredder. Landbouwers die akoestische wildredders gebruiken geven aan dat dit goed werkt om hazen en reeën weg te jagen en heel gebruiksvriendelijk is. Een akoestische wildredder plaats je op je maaibalk en verjaagt dieren door middel van een alarmsignaal. Daarnaast bestaan er ook mechanische wildredders zoals metalen kettingen die voor de maaibalk hangen en het wild ‘aantikken’. Een meer geavanceerde methode is het installeren van een warmtecamera op de tractor waarbij de maaibalk omhoog gaat wanneer er een warmtebron (bijv. Reekits) gepot wordt.
Later maaien
’s Morgens vroeg zijn jonge dieren nog vaak op het gras aanwezig. Door later op de dag te maaien, geef je ze de kans zich te verplaatsen. Ook is het effectief om indien mogelijk te vermijden om ’s nachts te maaien, gezien dieren dan minder alert zijn en daardoor extra kwetsbaar zijn voor ongelukken. Ook kan je overwegen om later op het seizoen te maaien. Bij uitgesteld maaien wacht je tot half juni met maaien, wat de beste maatregel is om fauna te beschermen. Hiervoor kan je in bepaalde soortenbeschermingszones een beheerovereenkomst aangaan bij de VLM.
Maaisnelheid en maaihoogte aanpassen
Een lagere snelheid geeft de chauffeur meer tijd om te reageren bij het opmerken van dieren én vergroot de kans dat dieren de machine tijdig ontwijken. Daarnaast heeft de maaihoogte verhogen tot 8 cm een positief effect op diverse bestuivers en spinnen. An De Schrijver, onderzoekster aan HOGENT, benadrukt dat deze aanpassing niet alleen gunstig is voor de insecten, maar ook voor de portemonnee van landbouwers. Gras dat langer wordt gemaaid, vertoont namelijk een snellere hergroei. Daarnaast is het vooral waardevol tijdens droge zomers, omdat langer gras beter bestand is tegen droogtestress dan kort gemaaid gras.
Vluchtstroken
Een andere goede maatregel is een ongemaaide strook van 1 à 2 meter breed op de perceelsrand laten staan. Zo’n vluchtstrook biedt dekking en uitwijkmogelijkheid voor dieren. Het bevordert bovendien de insectenpopulatie, wat ook goed is voor bijv. weidevogels.
Samen wild verjagen
We raden je aan om samen te werken met jagers of vrijwilligers om wild vooraf te verjagen op percelen. Voor hazen en reeën is dit een zeer effectieve methode. Door mensen – al dan niet met honden – te laten rondlopen, ontstaat er een vreemde geur in het perceel. Hierdoor zullen hazen en reeën zich samen met hun jongen verplaatsen naar een veiliger gebied. Ook bestaan er nog andere eenvoudige systemen zoals het plaatsen van stokken met geurstoffen, reflecterende linten of elektronische ‘verjagers’ die dieren vooraf uit het gras verdrijven. Ook een vrijwilliger die langskomt met een drone met warmtecamera’s kan je vooraf helpen om jonge dieren of nesten te lokaliseren.
ANB subsidie nestbescherming
Als landbouwer kan je via het Agentschap voor Natuur & Bos een financiële compensatie krijgen voor de bescherming van nesten en jongen van grondbroeders op je percelen. Bedreigde broedvogelsoorten die in aanmerking komen zijn de bruine, grauwe, blauwe en steppekiekendief, de grutto, wulp, kwartelkoning, velduil en grauwe gors. Het nest kan je beschermen door rondom het nest een blok van 10 bij 10 meter niet te maaien. De subsidie moet aangevraagd worden voor 1 augustus 2025.
Advies kennisportefeuille
Je kan als landbouwer beroep doen op de steun van de kennisportefeuille van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, om een advies rond faunavriendelijk maaien van ons te ontvangen. In dit advies werken we een aanpak uit op maat van je bedrijf en percelen en koppelen we dit aan de effectieve toepassing ervan in de praktijk.
Met steun van













