Wat als… boeren zelf hun beheerovereenkomsten mochten ontwerpen?

Datum

Thema

Landschap, Biodiversiteit, Bodem, Water

Gebied

Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen
Contactpersoon

Sven Defrijn
016 28 64 19
sven.defrijn
@boerennatuur.be

Landbouwers zijn onlosmakelijk verbonden met de natuur. Ze zijn niet alleen producenten van voedsel, maar ook hoeders van het landschap en de biodiversiteit in het landbouwgebied. Om die maatschappelijke rol te kunnen vervullen, hebben boeren echter wel steun nodig. Beheerovereenkomsten, ecoregelingen en niet-productieve investeringen komen hieraan tegemoet en vergoeden boeren voor het nemen van maatregelen die bijdragen aan de natuur en het milieu. Het Europese Horizon 2020-project Contracts2.0 onderzocht hoe deze contracten beter kunnen worden ingezet om meer resultaat te bereiken op vlak van natuur en milieu en hoe meer landbouwers te overtuigen om hieraan deel te nemen. In dit artikel worden de meest interessante conclusies besproken.

Sven Defrijn, adviseur Boerennatuur Vlaanderen

Levende labo’s

Eind april liep het Horizon 2020-project Contracts2.0 af. In dit project gingen onderzoeks- en praktijkinstellingen uit negen Europese landen op zoek naar hoe meer boeren te betrekken bij agrarisch natuurbeheer en hoe meer resultaat te bereiken op vlak van biodiversiteit, milieu of klimaat. Innovatief in het project was de bottom-up aanpak: landbouwers mochten i.s.m. andere relevante andere actoren, in zogenaamde ‘contract innovatielabs’ zelf mee aan de tekentafel zitten om meer passende beheercontracten uit te werken, die vervolgens werden afgetoetst bij beleidsmakers en onderzocht door wetenschappers. Boerennatuur Vlaanderen leidde de praktijklabs in Vlaanderen, terwijl INBO instond voor de wetenschappelijke onderbouw en beleidsafstemming.

Kennismaking met Iers vergoedingssysteem op basis van scorekaarten.

Vertrouwen geven loont

Een eerste belangrijke conclusie is dat landbouwers meer betrokken willen worden als volwaardige partner bij het agrarisch natuurbeheer. Ze ervaren de huidige contracten vaak als te rigide (bijvoorbeeld strikte inzaai- en maaitijdstippen) en daardoor soms moeilijk uitvoerbaar gezien de wispelturigheid van de natuur en het weer. Beheercontracten kunnen efficiënter worden ingezet wanneer zij meer gebruik maken van de kennis en expertise van landbouwers. Door landbouwers meer inspraak te geven inzake hoe bepaalde doelen te bereiken, wordt ook de intrinsieke motivatie aangewakkerd om hierover bij te leren en betere resultaten te boeken. Dit kan eventueel gekoppeld worden aan een vergoedingssysteem dat een hoger resultaat beloont.  Opvallend in dat opzicht is ook de vraag van landbouwers om meer betrokken te worden bij de monitoring van de effecten van de maatregelen. Dit strookt ook met een andere bevinding van het project dat landbouwers niet enkel participeren in agrarisch natuurbeheer omwille van de vergoeding, maar ook omdat het aansluit bij hun visie en bedrijfsvoering.

Ierland, gidsland?

In Ierland is er al heel wat ervaring met het resultaatsgericht vergoeden van agrarisch natuurbeheer. Aan de hand van eenvoudige scorekaarten kan de landbouwer samen met een adviseur zelf zijn progressie op vlak van biodiversiteit, bodem- en waterbeheer in het veld opvolgen. Naargelang de landbouwer een hogere globale score behaalt, krijgt hij/zij een hogere vergoeding uitbetaald. Belangrijke aandachtspunt hierbij is de fairheid van de vergoedingen: enkel resultaten waar de landbouwer directe impact op heeft worden meegenomen (vb. niet de aanwezigheid van bepaalde vogelsoorten, maar wel de habitatkwaliteit voor die vogels). Bij een verkennende bevraging in Vlaanderen bleken de meeste landbouwers gewonnen voor een hybride vergoedingssysteem waarbij een basisvergoeding verhoogd kan worden met een bonus op basis van het resultaat.

Ervaring in Vlaanderen

In Beernem heeft Boerennatuur ondertussen reeds 11 jaar ervaring met een gelijkaardig systeem van resultaatsgericht vergoeden. Landbouwers krijgen er een vergoeding op basis van de botanische rijkdom van hun graslandpercelen. Het gaat hierbij om percelen in eigendom van de gemeente waarvoor ze in haar GNOP (gemeentelijk natuurontwikkelingsplan) biodiversiteitsdoelstellingen heeft opgenomen. In samenwerking met de lokale landbouwers, verenigd in de agrobeheergoep Beverhoutsveld, heeft Boerennatuur daarop een vergoedingssysteem uitgewerkt waarbij landbouwers een hogere vergoeding krijgen naargelang de graslanden verschralen en biodiverser worden. Op die manier wordt ook de dalende grasopbrengst gecompenseerd en blijven landbouwers gemotiveerd om een hoger botanisch resultaat na te streven. Door de focus te leggen op het resultaat is er minder nood aan controle op de naleving van beheervoorschriften. Om de 3 jaar monitort de regiocoördinator van Boerennatuur samen met een botanisch expert de percelen op hun soortensamenstelling. De resultaten hiervan worden binnen de agrobeheergroep besproken. En die overstijgen de verwachtingen, bewijze hiervan de terugkeer van een aantal zeldzamere soorten in de graslanden. Het toont mooi aan dat landbouwers uitstekende natuurbeheerders kunnen zijn.

Samen bereik je meer

Een andere belangrijke conclusie van het project is de meerwaarde van samenwerking tussen landbouwers. Door samen te werken tussen landbouwers in een gebied kan meer resultaat bereikt worden. Zo kunnen maatregelen beter op elkaar worden afgestemd. Een mooi voorbeeld hiervan is de samenwerking tussen landbouwers in het Partridge-demogebied Isabellapolder (Boekhoute). Een groep van landbouwers zorgde hier samen voor winter- en zomervoedsel en nestgelegenheid en dekking voor een aantal akkervogelsoorten zoals de patrijs. Bovendien kan dit drempelverlagend werken voor landbouwers, vb. omdat het beheer in groep kan georganiseerd worden of omdat niet iedereen alles zelf hoeft uit te zoeken. Onderzoekers toonden aan dat landbouwers vaker openstaan voor samenwerking dan algemeen gedacht. Toch gebeurt samenwerking niet van zelf, het vergt extra coördinatie, een taak die bijvoorbeeld in Vlaanderen door Boerennatuur opgenomen wordt. Beleidsondersteuning is hierbij cruciaal. In landen zoals Frankrijk, Engeland, Ierland, Nederland, waar de groepsaanpak ondersteund wordt door de overheid via, collectieve vergoedingen en/of de financiering van groepsbegeleiding, stellen we dan ook een sterke groei in de opstart en werking van groepen vast.

Uitwisseling tussen landbouwers, beleidsmakers en onderzoekers in het Partridge-demogebied in Boekhoute.

Overwin drempels via pilootprojecten

De grootste drempels die we vandaag in Europa zien voor het implementeren van de innovatieve contractbenaderingen is de inpasbaarheid in bestaande beleidskaders en de bereidwilligheid om deze te veranderen. Verschillende schakels op Europees en regionaal niveau moeten goed op elkaar afgestemd zijn. Aanpassingen aan de administratieve systemen vergen inspanningen en politieke moed. Daarom is het van belang om in de toekomst nog meer in te zetten op het uittesten van veelbelovende contractbenaderingen via pilootprojecten in samenwerking met landbouwers en beleidsmakers, zodat een beter onderbouwde evaluatie door beiden mogelijk wordt.

Met steun van