Maak mee het verschil voor de kievit!

Datum

Thema

Biodiversiteit

Gebied

West-Vlaanderen
Contactpersoon

Korneel Verslyppe
0470 36 31 01
korneel.verslyppe
@boerennatuur.be

Wegens zijn opvallende uiterlijk, kenmerkende roep en spectaculaire vlucht wordt de kievit bestempeld als een van onze meest iconische ‘boerenlandvogels’. Recent werd deze soort ook bekroond met de titel ‘Vogel van het jaar 2022’. Het aantal kieviten gaat echter al jaren achteruit. Een belangrijke oorzaak is het verloren gaan van hun nesten tijdens de voorjaarsbewerkingen. Door hiermee rekening te houden, kan je een groot verschil maken voor het overleven van deze soort. Maar hoe pak je dit juist aan?

Korneel Verslyppe, regiocoördinator Boerennatuur Vlaanderen

De broedperiode van de kievit valt samen met de drukke voorjaarsperiode, waarin heel wat landbewerkingen plaatsvinden. Als gronbroeder op onze Vlaamse akkers zijn de nesten van kieviten dus heel kwetsbaar. Doorgaans bestaan ze uit een ondiep kuiltje met wat strootjes en daarin vier eieren met een schutkleur, waardoor ze niet of nauwelijks opvallen en dus vaak ook onbewust en ongewild vernietigd worden. Begin maart starten kieviten hun zoektocht naar een geschikte nestlocatie. Open, natte en braakliggende percelen vormen de ideale nestplaats. De broed- en nestfase van de kievit kent een piek tussen grofweg half maart en half april.

Door hun schutkleur vallen de eieren van de kievit nauwelijks op.

Spotten en beschermen

Als landbouwer ben je de sleutel tot succes om kievitsnesten te vrijwaren en zo het verder voortbestaan van de kievit te verzekeren. Eenmaal je een kievitsnest spot, vanuit je tractor of vanaf de zijkant van je perceel, kan je verschillende methodes toepassen om het nest te beschermen. De ene al wat makkelijker dan de andere:

  1. Markeer het nest met minimaal 2 (bamboe)stokken van 50-100cm hoog. Maak de bovenkant van de stokken extra zichtbaar door ze in verf te doppen of in gekleurde tape te wikkelen, zodat ze zichtbaar zijn vanuit je tractor. Plaats deze (bamboe)stokken op een drietal meter voor en na het nest in de rijrichting. Plaats de stokken niet bij het nest om te vermijden dat roofdieren er door aangetrokken worden. Probeer dan bij elke landbewerking langs het nest te rijden of voorzichtig over het nest te rijden.
  2. Dek het nest tijdelijk af met een plastieken doos, deksel… en neem meteen na de werkzaamheden de afdekking terug weg. Deze methode kan van pas komen bij bemesting of sproeien, zodat de eieren niet beschadigd raken.
  3. Graaf het nest tijdelijk uit, plaats het heel voorzichtig in een waterdoorlatend mandje (vergiet, rieten mandje) en plaats het na de werkzaamheden op dezelfde plaats terug door het mandje wat in te graven in de bodem. Het verplaatsen en terugplaatsen van het mandje kan je bij iedere bewerking van je perceel herhalen.
  4. Voorzie een bepaalde zone rondom het nest dat je onbewerkt laat gedurende het voorjaar.
  5. Stel je landbewerkingen uit tot na het uitkomen van het nest of tot de kuikens vliegvlug zijn. Op maïsakkers kan je er bijvoorbeeld voor opteren om de inzaai uit te stellen tot na 15 mei.

Breng indien nodig ook steeds de loonwerker op de hoogte van de locaties waar de nesten gelegen zijn. Zo kunnen zij er ook rekening mee houden. Kieviten broeden een 30 tal dagen. De kuikens zijn nestvlieders en verlaten, onder het waakzame oog van beide ouders, meteen het nest op zoek naar voedsel. Zo kunnen ze zich ook verplaatsen bij mogelijke landbewerkingen. De kuikens zijn vliegvlug na 35-40 dagen. In totaal hebben kieviten dus ongeveer 70 dagen (2,5 maand) nodig om kuikens groot te brengen.

Lokale vrijwilligers

Het spotten en beschermen van kievitsnesten is vrij arbeidsintensief en niet voor elke landbouwer haalbaar in het drukke voorjaar. Maar weet dat indien je dit wenst ook beroep kan doen op een lokale vrijwilliger die dit in jouw plaats kan doen. Hiervoor kun je het lokale Regionale Landschap of Stadlandschap contacteren. Begin dit jaar lanceerden ook Vogelbescherming Vlaanderen vzw en Natuurpunt vzw respectievelijk het ‘Kievit in Nesten’ project en het ‘Actieplan kievit’, waarin ze hun vrijwilligers mobiliseren om dit voorjaar kievitsnesten te spotten op akkers en waar mogelijk, met akkoord van de landbouwer, te beschermen. De kans bestaat dus dat je door een lokale vrijwilliger wordt aangesproken om kievitsnesten te beschermen op je percelen. Maak dan goede afspraken m.b.t de betreding van je percelen, het type nestbescherming dat wordt toegepast, de bewerkingen die je zal uitvoeren en hoe je elkaar indien nodig zal contacteren.

Dankjewel!

Heel wat landbouwers onder jullie leveren op vandaag, en vaak ook al jarenlang, inspanningen om de kievitsnesten op jullie percelen te beschermen. Graag maken we hier van de gelegenheid gebruik om jullie te bedanken en onze waardering voor jullie inspanningen uit te drukken!

OPROEP! Kievitsnesten gezocht voor experiment met drone

Kievitsnesten zijn niet altijd eenvoudig om te vinden door hun schutkleuren. Vaak worden ze dan ook niet opgemerkt en gaan zo heel wat nesten onbewust en ongewild verloren. Momenteel testen we in West-Vlaanderen samen met een aantal partners uit of de drone-technologie hier een oplossing kan bieden en op termijn ook als hulpmiddel kan worden ingezet voor landbouwers. Concreet onderzoeken we of kievitsnesten gevonden kunnen worden via automatische detectie (AI) door middel van een drone, een technologie waarbij een drone voorafgaand of tijdens de landbewerkingen een perceel screent op de aanwezigheid van nesten en de (gps-)locaties aan de landbouwer of loonwerker worden doorgegeven. Om de meerwaarde en toepasbaarheid van dit type drone-detectie te kunnen onderzoeken, zijn we dit voorjaar op zoek naar kievitsnesten op akkerland waar we met onze drone een foto van kunnen nemen. Ben je landbouwer in West-Vlaanderen? Spot je dit voorjaar één of meerdere kievitsnesten op je percelen? Neem dan contact op met Korneel Verslyppe via 0470 36 31 01 of korneel.verslyppe@boerennatuur.be

Dit initiatief kadert binnen PDPO-project ‘Vogelvriendelijk boeren’ en wordt mogelijk gemaakt met steun van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.

Met steun van

Menu