Water stuwen loont

Nieuws

Nieuwsberichten

Water stuwen loont

Datum

Thema

Water

Gebied

Limburg
Contactpersoon

Steve Meuris
016 28 64 55
steve.meuris
@boerennatuur.be

Stuwtjes in kleine waterlopen leveren een significante bijdrage aan de droogtebestrijding en daardoor aan de landbouwsector.

Steve Meuris, Boerennatuur Vlaanderen

Stuwtjes in waterlopen en perceelsgrachten worden al sinds mensenheugenis toegepast. Toch  wordt het nut van stuwbeheer nog steeds in vraag gesteld. Loont het plaatsen van stuwtjes wel? Kan het stuwbeheer beter worden opgevolgd?  En hoe zit het met de bijkomende aanvoer van kanaalwater? Binnen het project ‘Bocholt Stuwt’, uitgevoerd door PVL Bocholt, Sumaqua, Bodemkundige Dienst van België en Boerennatuur Vlaanderen met middelen van het Droogte Innovatiefonds Limburg, werden bovenstaande vragen nader onderzocht.

Stuwbeheer loont

Nog steeds merken we op het terrein veel vragen rond het nut van stuwgebruik. Gedetailleerde impactberekeningen zijn momenteel nog niet voorhanden, al komt hierrond binnen enkele jaren concrete informatie beschikbaar via het VLAIO-onderzoek ‘Stuwviewer met Impact’. Binnen dit project konden echter al enkele bevindingen worden verzameld op basis van modelleringen. “Er werd een monitoringnetwerk opgezet rond een aantal stuwlocaties in Bocholt”, zegt Marthe Michielsen van Bodemkundige Dienst van België vzw. “De meetreeksen zijn weliswaar te kort om puur op die data robuuste conclusies te trekken, maar met behulp van computersimulaties kunnen we toch al iets zeggen over het effect van stuwen.” Uit de berekeningen blijkt dat het opstuwen van water in de gracht het voor het gewas beschikbare bodemvocht in het aanpalende perceel significant doet toenemen. Opstuwen doet zowel de periode van optimale bodemvochtcondities en dus maximale gewasgroei langer aanhouden als het uitstellen van het moment waarop de planten droogtestress gaan ondervinden. Het effect is weliswaar perceelsafhankelijk maar reikt tot minstens 30 meter ver en is uiteraard groter naarmate er hoger wordt opgestuwd. “We zien dat er met 40 cm opstuwing zelfs tot meer dan een maand langer kan genoten worden van goede vochtcondities”, stelt Michielsen. “Uiteraard betreft het hier een resultaat dat is uitgemiddeld over een periode van 10 jaar. In echt droge jaren zal met louter stuwbeheer gewasschade niet kunnen worden vermeden, in zeer natte jaren is de meerwaarde van stuwtjes logischerwijs onbeduidend. Echter, gemiddeld gezien kan de stuwbeheerder winsten boeken die zich zullen vertalen in concrete meeropbrengsten.”

De bodemvochtreserve (uitgemiddeld over 10 jaar) beschikbaar voor de plantengroei in een perceel met een gracht zonder opstuwing (blauw), bij opstuwing van 20 cm (geel) en bij opstuwing van 40 cm (paars). Groen = de maximale bodemvochtopname door het gewas. Alles boven deze lijn percoleert naar het grondwater. Oranje = de benedengrens aan bodemvochtreserve waaronder het gewas droogtestress ervaart. © Bodemkundige Dienst van België vzw

Stuwbeheer en de digitale revolutie

Een vaak gehoorde kritiek op stuwtjes is dat het beheer ervan te wensen over laat. “Voor een deel klopt die kritiek”, zegt Stef Keppens van PVL Bocholt, “al zijn de meeste landbouwers tegenwoordig bewuster bezig met stuwbeheer dan pakweg 10 jaar geleden.” Toch werd ook bekeken of monitoring van de stuwpeilen via sensoren gekoppeld aan een digitaal platform geen meerwaarde kan betekenen om het stuwbeheer te faciliteren. Projectpartner Sumaqua lanceerde in het project een applicatie waarop zowel waterpeilen als neerslagvoorspellingen in real time kunnen worden opgevraagd. Het systeem laat ook toe dat landbouwers per mail of sms gewaarschuwd worden indien een kritiek waterpeil wordt bereikt. “We zitten momenteel nog in een testfase”, zegt Keppens, “en voor heel wat stuwen zal een continue monitoring van de waterpeilen wat overkill zijn.” Toch zijn er heel wat situaties waarbij het actief monitoren via sensoren zal zorgen voor een betere opvolging van het beheer of zelfs tot een hoger ingesteld stuwpeil. “Als de landbouwer weet dat hij tijdig een waarschuwing krijgt als een bepaald waterniveau wordt overschreden zal hij al sneller geneigd zijn om toch een extra stuwplankje in het stuwraam te steken.”

Extra water uit het kanaal?

Binnen het project werd ook onderzocht wat de meerwaarde zou zijn voor het aanvullen van de grondwatertafel in het buitengebied door de toevoer van kanaalwater in het lokale waterlopenstelsel. Het idee om kanaalwater te gebruiken voor landbouwdoeleinden is helemaal niet nieuw. Integendeel, de Kempense kanalen werden initieel gegraven om de arme gronden via bevloeiing met kalkrijk Maaswater te ontginnen. Op meerdere plaatsen ligt het kanaal ook hoger dan de aanpalende landbouwgebieden, waardoor de watertoevoer in principe gravitair kan verlopen. Heden ten dage komt de watervraag echter vanuit verschillende hoeken en is deze tijdens de zomermaanden dermate hoog dat er nauwelijks kanaalwater voorhanden blijft voor rechtstreekse landbouwirrigatie. Daarom wordt wel eens geopperd dat het water moet worden aangewend in de winterperiode, wanneer er voldoende kanaalwater beschikbaar is. Om dit te onderzoeken werd een analyse doorgevoerd op één van de beken ten noordoosten van de Zuid-Willemsvaart, nl. de Veldhouwerbeek. Deze beek werd gemodelleerd in zijn huidige toestand. Vervolgens werden aan de hand van een zogenaamd ‘waterbalansmodel’ een aantal scenario’s doorgerekend. Er werd bekeken wat de impact zou zijn op de infiltratie naar het grondwater toe van het inlaten van water vanuit de Zuid-Willemsvaart op de Veldhouwerbeek via 4 verschillende debieten. Vervolgens werd bekeken wat het effect zou zijn indien er wel of niet bijkomend zou worden opgestuwd.

© Boerennatuur Vlaanderen

Vooreerst is het belangrijker te vermelden dat het een rudimentaire studie betreft”, zegt Pieter Meert van Sumaqua. “De studie is omwille van de projectlimieten gebaseerd op enkele ruwe inschattingen en aannames. Toch kunnen we op basis van deze eerste verkenning een aantal nuttige conclusies trekken.” Zo blijkt dat louter een extra debiettoevoer vanuit het kanaal slechts een beperkte impact heeft op de totale infiltratie langsheen de waterloop. Dit is te verklaren doordat een extra inlaatdebiet slechts tot een relatief kleine stijging van het waterpeil leidt. Het contactoppervlak om water te laten infiltreren vanuit de waterloop naar het grondwater neemt dus ook slechts in beperkte mate toe, waardoor het meeste water gewoon afwaarts zou wegstromen. Wanneer de waterloop echter wordt opgestuwd zijn de effecten veel significanter.  Doordat het water langer wordt vastgehouden krijgt het effectief de tijd om te infiltreren.

Opstuwen en vasthouden

Opvallend is dat het plaatsen van stuwen in de wintermaanden tot een afname van het infiltrerende volume lijkt te leiden. De figuur geeft hier echter een vertekend beeld. Door jaarrond meer water te bufferen zal het bodemvochtgehalte en zo ook het grondwaterpeil jaarrond toenemen. Deze hogere grondwaterstanden leiden in de winter tot meer drainage naar de waterlopen en in verhouding dus tot minder infiltratie. Echter, op jaarbasis gezien zal de beschikbaarheid van het grondwater sowieso stijgen bij opstuwing.  “De belangrijkste conclusie is vooral dat prioritair moet worden ingezet op het opstuwen en vasthouden van water. Bijkomende wateraanvoer zal in dat geval extra winst opleveren, maar dan ook vooral in de zomermaanden. Het plaatsen van de stuwtjes zelf is de belangrijkste schakel”, aldus Meert.

Nu nog de plaatsing

Als er iets is dat het project ‘Bocholt Stuwt’ duidelijk aantoont dan is het wel dat we in Vlaanderen dringend meer stuwen moeten plaatsen. Het is dan ook zeer frustrerend dat de vergunningsprocedure voor deze eenvoudige constructies dermate slopend is. De bureaucratische rompslomp voor landbouwstuwtjes werkt contraproductief ten aanzien van het ganse waterbeleid en is zonder twijfel een van de redenen waarom Nederland zoveel verder staat in het stuwverhaal ten aanzien van Vlaanderen. Boerennatuur Vlaanderen vzw hoopt alvast dat door projecten als deze het beleid zich stuwvriendelijker zal opstellen.